Op sterven na | Euthanasie en dementie
Leven zou, godbetert, een godsgeschenk zijn, soms ietwat giftig, kwestie van het godsgeloof op de proef stellen. Leven is dus heilig, tot ter dood. Hoewel geschapen naar gods voorbeeld, zijn we wel sterfelijk.
In vroeger tijden breidden mensen optimistische vervolgverhalen aan hun vaak te korte, soms ongenadige leven. Na leven hemelschijn. Volhouden dus, met sterven als allerlaatste beproeving. De dood als (ergens) heengaan, een hiernamaals: hemel, vagevuur, hel. Magere Hein werd angstaanjagend, de man met de zeis.
.jpg)
Beeld op de kathedraal van Trier (Commons Wikimedia)
.jpg)
Zonnewijzer in tuin van de Amerikaanse Iris Society, een vereniging van tuinliefhebbers, vooral oude irissen (foto Kort Nordstrom, Wikimedia Commons)
De medische sector volgde dit op met toenemende kennis, kunde en macht. Levens redden en rekken. Heilig leven primeert te vaak op menswaardig sterven. ‘Dankzij de geneeskunde overleeft het lichaam steeds vaker de geest’ (Ceuleers, 151). In 2007 werd filosoof Hugo Van den Enden, ondervoorzitter van de vzw Recht op Waardig Sterven, getroffen door een zware hartaanval, zeventien dagen lang aan ‘levensreddende’ apparaten gekoppeld, al had hij een codicil op zak waarin stond dat mocht hij ooit in een onomkeerbare coma belanden, onder geen beding in schijnleven wou worden gehouden. Het ‘intensieve zorg’ diensthoofd van UZ Gent beschikte hier anders over. Hij conserveerde het stoffelijk omhulsel van wijlen Hugo Van den Enden, auteur van het indringende Ons levenseinde humaniseren.
.jpg)
Hugo Van den Enden (Commons Wikimedia, Foto Tom Schoepen, 2006.
Stilaan
In 2025 koos in België goed twaalf procent méér mensen voor euthanasie dan in 2024 (4.486 geregistreerde sterfgevallen, 1 op 25 Belgen). Een stelselmatige stijging die waarschijnlijk te maken heeft met de vergrijzing van de bevolking, met de in 2002 van kracht geworden Belgische euthanasiewet en de toenemende bekendheid ervan.
Die wet vertoonde en vertoont enkele leemtes. Sommige werden weggewerkt door bijkomende wetgeving. Onder strikte voorwaarden kunnen nu ook wilsbekwame minderjarigen geëuthanaseerd worden. Artsen die zelf geen euthanasie willen uitvoeren, moeten patiënten die erom vragen doorverwijzen, al is dat nog niet sluitend geregeld.
Helaas geldt een vooraf opgestelde negatieve wilsbeschikking dat je bij verregaande dementie niet in pseudo-leven gehouden wil worden, nog steeds alleen voor mensen in een onomkeerbare coma, en zelfs dan leert wat Van den Enden is overkomen, dat een ‘genees’kundige anders mag beschikken.
Bittere pil
De kans dat iemand dementie krijgt is één op vijf. Bij vrouwen één op drie. In 2023 kampten in Vlaanderen en het Brussels Gewest samen zo’n 141.000 mensen met dementie. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zal dat aantal wereldwijd in 2030 verdubbeld zijn (Ceuleers, 66).
Begin april 2026 moest Lode Deconinck, bekend van Restaurant Misverstand, voortijdig voor euthanasie kiezen omdat hij dat als jongdementerende moest, want eens wilsonbekwaam mocht en mag het niet meer. Een keuze tussen jarenlang wegkwijnen of veel te vroeg afscheid moeten nemen. Lode schreef een open brief, vrienden maakten er een petitie van en die werd in een mum van tijd door zo’n veertigduizend mensen onderschreven. Eerdere peilingen hadden al aangetoond dat goed 80% Vlamingen uitkijkt naar een uitbreiding van de euthanasiewet (Distelmans in, Van den Enden, 157).
De petitie werd op 21 april overhandigd aan minister van Justitie Annelies Verlinden. Dezelfde avond nog werd ze geïnterviewd in De Afspraak, samen Barbara Ceuleers, auteur van Doodgewoon. Euthanasie van Alzheimer tot Zelfbeschikking (sterk aanbevolen!). Verlinden zei dat de uitbreiding van de wet in het regeerakkoord staat en ze zich daaraan zal houden. Voor de rest draaide ze welbespraakt rond de pot. Wie dement is kan volgens haar nog best tevreden en gelukkig zijn. Wie hier en nu beslist bij dementie euthanasie te willen, zal misschien als hij/zij dement is van mening veranderen. Wie bij volle verstand een negatieve wilsbeschikking heeft opgesteld, heeft niet automatisch recht op euthanasie. Het zelfbeschikkingsrecht offerde ze op aan een team van familieleden, een arts en een psychiater. Ceuleers stelde hierop onomwonden dat ‘de huidige ik [de persoon die de wilsverklaring opstelt] beslist, niet de latere demente ik’. Filosoof Van den Enden maakt overigens in zijn boek overduidelijk dat wie aan verregaande dementie lijdt geen ‘persoon’ meer is, maar een onpersoon.

Een paar dagen na het interview sloot de CD&V, na nog maar eens een nodeloze studiedag, de partijrangen. Vooraf vatte Verlinden het vaststaand besluit samen: ‘De wens van de patiënt zal altijd vooropstaan, maar als het gevoel van de betrokkene ten opzichte van de euthanasie in de loop van zijn/haar ziekteproces verandert, is dat niet meer vanzelfsprekend’. Op de studiedag werd de negatieve wilsverklaring omgetoverd in een noodzakelijke voorwaarde die niet noodzakelijk moet worden gevolgd. CD&V-voorzitter Sammy Mahdi sloot zich bij dit alleen in naam katholiek standpunt aan (De Standaard, 28-04-2026). Onduidelijk blijft waarom iemand die geen voorafgaandelijke wilsverklaring heeft opgesteld, niet van mening kan veranderen tijdens zijn/haar dementieproces en dus euthanasie mag/moet krijgen. Best merkwaardig overigens dat we het bij een recht almaar over ‘krijgen’ hebben.
Doodjammer
Ondertussen spelen de voorstanders van een wetswijziging elkaar uit elkaar. In een dubbelinterview met Lieve Thienpont (psychiater, mede-oprichtster van Vonkel, het centrum voor levenseindevragen in Gent) maakte Wim Distelmans (voorzitter van de Federale Euthanasiecommissie en oprichter van het LevensEinde InformatieForum) duidelijk dat hij het niet eens was met de wijze waarop men bij Vonkel met euthanasieverzoeken omgaat (De Morgen, 25 oktober 2025). Eind januari 2026 nam Distelmans definitief afstand van Vonkel omdat ze volgens hem uitbehandelde mensen met een euthanasieverzoek, na grondig medisch onderzoek en bevraging (‘uitklaring’, heet dat) soms een gunstig advies geven vooraleer – zoals de wet voorschrijft – als Centrum op zoek te gaan naar een arts die de daad bij het woord wil voegen (Knack, 28-01-2026). Distelmans en anderen vrezen dat dit de euthanasiewet en de eventuele uitbreiding ervan schaden kan (psychiater Anuschka Storms, Knack, 25-02-26). Hoe ongewild ook, Distelmans ongenadige kritiek op Vonkel is koren op de molen van gezworen tegenstanders van de zogenaamde ‘goede dood’. Terwijl niet de dood, maar leven en sterven ons aanbelangt.
Tegenstanders van mild sterven roeren zich inderdaad. Veel psychiaters zijn tegen. Hoezeer mensen ook lijden, volgens hen zijn ze nooit uitbehandeld. Sommige tegenstanders beweren dat veel jonge vrouwen die geen baat hadden bij jarenlange raadpleging van psychologen en psychiaters, uiteindelijk bij Vonkel euthanasie ‘krijgen’. In werkelijkheid gaat het om een verwaarloosbaar klein aantal mensen die nergens meer terecht kunnen. Men gaat ook voorbij aan ‘de lamentabele toestand van de geestelijke gezondheidszorg in België, met wachtlijsten van een jaar en langer’ (Distelmans, De Morgen, 25-10-25) en de vele jongeren in psychiatrisch ziekenhuizen die geen (correcte) behandeling krijgen (psychiater Anuschka Storms, Knack, 25-02-26).
Vooruit streven
Sommige voorstanders van een progressieve euthanasiewet zijn het gedraal en de tegenwerking, de katholieke processie van Echternach (drie stappen vooruit, twee achteruit) meer dan moe. Dat verklaart mijns inziens de vooruitstrevende aanpak van Vonkel. Marc Cosyns, arts en medeoprichter van Vonkel, komt er ondertussen openlijk voor uit dat hij en een aantal andere artsen ‘soms al euthanasie uitvoeren in de juridisch grijze zone waarin mensen met dementie (net) niet meer wilsbekwaam zijn’. Ze hechten groter belang aan wat de patiënt volgehouden wil, dan aan een achterophinkende wetgeving. ‘De zorgethiek loopt – zoals wel vaker - vooruit op de wet’, stelt Cosyns en hij pleit voor een tijdelijk gedoogbeleid (De Standaard, 24.4.26).
Moorddadig
In nogal wat hospitalen en rusthuizen van katholieke signatuur is euthanasie onbespreekbaar, taboe (Ceuleers, 144-147). Hier en daar wordt sinds jaar en dag stiekem aan actieve levensbeëindiging gedaan. Terminale patiënten krijgen ‘voldoende pijnstilling toegediend, ook als daartoe een product of dosis nodig is die tot levensverkorting of levensbeëindiging leidt’ (Van den Enden, 129). Om het verwrongen medisch geweten te sussen, stelt men dat niet de dood, maar pijnstilling de bedoeling is. Aldus omzeilt men een omslachtige euthanasieprocedure en loopt men als uitvoerende arts geen risico. Wie op sterven na dood is, is overgeleverd aan de welwillendheid en willekeur van een willekeurige arts. Over deze euthanasie-in-het zwart bestaan vanzelfsprekend geen cijfers. Men kan zich samen met Ceuleers afvragen hoeveel van deze ‘palliatieve sedaties’ verdoken euthanasieën zijn.
Er is dus nog steeds ‘veel werk aan de winkel om bij artsen een klimaat van de nodige mentaliteitsaanpassing, openheid en eerlijkheid tot stand te brengen’ (Van den Enden-1995, 119).