Larousse,
Pierre Athanase, werd in 1817 geboren als zoon van een weefster en een smidwagenmaker.
Het was een leergierig baasje, hij verslond alles wat gelezen kon worden. Op zijn
zestiende kreeg hij een beurs voor de Ecole Normale. Vier jaar later keerde hij als onderwijzer naar zijn
geboortedorp terug. De archaïsche reglementen en leerboeken spraken hem niet aan
en hij trok naar Parijs. Daar leefde hij acht jaar lang op water, brood, uien,
boter en... kennis. Hij volgde alle vrij toegankelijke cursussen aan de Sorbonne
en andere hogescholen. De avonden bracht hij door in de bibliotheek, le bibliothécaire noemden zijn vrienden
hem.
In
1849 gaf hij in eigen beheer een woordenboek uit voor de lagere school - àlle
opvoeding begint met taal. Drie jaar later richtte hij samen met een vriend een
librairie op. In het daaropvolgende
decennium schreef hij een veertigtal innoverende en succesrijke school- en woordenboeken,
waaronder de Nouveau dictionnaire de la
langue française, de voorloper van de Petit Larousse (1905).
Al
doende had Larousse veel kennis en geld verzameld, de verwezenlijking van zijn
droom kwam in zicht: voor de 19de eeuw doen wat Diderot en d'Alembert met l'Encyclopédie voor de 18de hadden gedaan.
Larousse investeerde zijn hele fortuin en de rest van zijn leven in de Grand dictionnaire universel du XIXe siècle.
Dit
gigantische werk verscheen in veertiendaagse afleveringen van telkens veertig
kwartobladzijden. Het eerste fascicule
kwam begin 1864 uit, het laatste in 1876. Twee jaar later werden de vijftien boekdelen
aangevuld met een supplement, in 1890 volgde nog een lijvig boekdeel. Tien volle
jaren heb je nodig om alles te lezen. Larousse maakte zich dan ook weinig zorgen
over censuur, al plaatste het Vaticaan de te progressieve en antiklerikale Grand
Dictionnaire op de Index Librorum Prohibitorum.
Larousse
nam het leeuwendeel van de teksten voor zijn rekening, tot hij in 1875 onder het
vele werk bezweek - maar het manuscript was af. 'Un vrai monument au dix-neuvième
siècle', schreef Victor Hugo hem al na vier afleveringen. En inderdaad, de Grand Dictionnaire biedt een panorama van
wat toen omging en geweten was. Larousse hield de vinger aan de pols van de moderniteit.
Veel aandacht voor vooruitgang, uitvindingen en techniek, liefst 35 bladzijden
over de spoorwegen. Met een jubelend begin: 'Chemins de fer! Quels mots magiques,
et de quelle auréole ils sont environnés quand ils nous apparaissent comme synonymes
de civilisation, de progrès et de fraternité'. Volgen opkomst en triomf van de
'ijzeren weg', met veel cijfermateriaal over lijnen, reizigers en de vele ongevallen
(in Frankrijk acht keer meer dan in België).
Het
'woordenboek' moge dan honderdvijftig jaar oud zijn, stoffig is het niet, maar
wel geëngageerd, kritisch en polemisch. Larousse was een intellectueel avant la
lettre. 'Intellectueel' betekende toen alleen 'geestelijk', het tegendeel van
'materieel'. Pas tijdens de Dreyfus-affaire zal het woord ook ter aanduiding van
personen gebruikt worden, aanvankelijk als spotnaam.
Larousse
weet te boeien, lardeert zijn betoog met anekdotes en humor (alweer een anachronisme,
'humour' verwees toen alleen naar de 'originele vorm van geestigheid' die de Engelsen
eigen is). Veel artikels omvatten een rubriek anecdotes. Onder dat trefwoord vind je
nog eens zes bladzijden anekdotes die Larousse elders niet kwijt kon. Vervolgens
gaat hij in discussie met lezers die hem gemeld hebben dat anekdotes niet thuishoren
in zo'n serieus werk. Tuurlijk wel, antwoordt hij, ze zijn interessant en pikant,
vrolijken de boel wat op! Of met het devies van de Gaulois: 'Laten we lachen voor
we volledig gelukkig zijn, anders riskeren we te sterven zonder gelachen te hebben'.
Waarop hij nog een anekdote laat volgen. Vele zijn gedateerd, maar deze wil ik
u niet onthouden: 'Chier: Ce mot est bas et les honnêtes gens ne s'en servent
jamais. Nous devons excepter les Auvergnats honnêtes. On sait comment ils prononcent
'scier du bois'.'
De
Grand Dictionnaire is een onuitputtelijke
bron én een tijdsdocument over de moderniteit in wording. Veel bladzijden over
'electricité' - Grieks voor 'geel amber', verklaart Larousse, omdat dat door wrijving
opgeladen wordt met statische elektriciteit. Thomas Edison komt er maar in het
tweede supplement aan te pas. Zijn gloeilamp werd pas in 1882, op L'Exposition
universelle d'électricité in Parijs, aan het (Franse) publiek voorgesteld.
Grasduinen
in deze 'Larousse' is een waar genot. Ga er wel even voor zitten, het zijn zware
boekdelen en je hebt per bladzijde al gauw een uurtje nodig. Er is nu ook een
DVD-versie, 24.000 pagina's op één schijfje voor 70 euro! (éditions Redon). Larousse
zou het ongetwijfeld toegejuicht hebben.
Gepubliceerd
in De Standaard der Letteren van 3 april
2003, in de reeks Zolderboeken en in
Mores augustus 2003.